Hoe Hermans verdween uit Haren

fotofotofoto’Beschrijf uw eigen historische plek’, volgens het procedé van Geert Mak.

Dat was de wedstrijd die Dagblad Trouw uitschreef.

Vorige week zaterdag werd de winnaar bekend gemaakt: Trees Roose.

“Ze woont in Haren (Groningen) en ze beschreef het huis waarin Willem Frederik Hermans zes jaar heeft gewoond. Ze ging op zoek naar de scherpe, rancuneuze geest van de overleden schrijver, maar vond in plaats daarvan schrootjes, bruine plavuizen en een echtpaar dat weinig met Hermans opheeft.”

Hier onder staat het verhaal, geillustreerd met door mij gemaakte foto’s van het huis en de straat.

Hoe Hermans verdween uit Haren

De oprit leidt naar de garage waar ooit de flamboyante roomkleurige Morgan stond. Naast de voordeur van de Lindenhof zit de originele deurbel van de grote schrijver, een koperen leeuwenkopje met een drukknop in het midden. Als mevrouw opendoet, een keurige, broze oude dame, zegt zij meteen: „U mag best binnenkomen, hoor, maar er valt hier niets meer te zien.” Niets?

Zijn ziel moest er toch nog zijn, zo wenste ik vele malen vurig, vooral als het besneeuwde rieten dak van de villa ’s winters opgloeide in de maanschemering. Maar ook als de krokussen bloeiden in de imposante tuin, of als de regen er tegen de ramen kletterde, was ik zeker van zijn tegenwoordigheid, ergens in die stoere rietgedekte villa aan de Julianalaan.

Ik stond er tijdens mijn wandelingen geregeld stil in het donker, ogen dicht, mijzelf aldus de gelegenheid gevend in die sacrale schemering iets te laten neerdalen van zijn scherpe, rancuneuze geest. Soms meende ik zelfs zijn ietwat snerpende stemgeluid te horen. Er zouden nu vast mensen wonen, zo stelde ik me voor, die zich in stille eerbied door het huis bewogen omdat ze de herinnering aan de grote kunstenaar koesterden. Hij had hier tenslotte zes productieve jaren gewoond en geschreven.

Een artsengezin kocht het pand in 1973 van Willem Frederik Hermans, die in datzelfde jaar zijn hele boeltje van Haren naar Parijs liet transporteren. Hij was gebrouilleerd met half Nederland in het algemeen en de Groninger universiteit in het bijzonder. Of hij heimwee vreesde? „Ach welneen”, zo sprak hij desgevraagd. „Vrienden heb ik nauwelijks. Iedereen weet dat. Het is voor veel mensen moeilijk bevriend te zijn met een auteur. Alles wat zij zeggen, kan tenslotte in een roman terechtkomen. Mijn goede raad: zoek nooit vriendschap met auteurs. Zij dragen een aureool van verraad. Zij moeten ter wille van hun kunst rücksichtslos zijn.”

Hij hield wel veel van zijn huis. Maar als ik beschaafd op de bank zit en mijn koffie drink, dankbaar rondkijkend omdat ik binnen ben gelaten in het heilige-der-heiligen, vindt mijn oog nergens houvast. Binnen is niets meer zoals het was. De familie voerde een verbouwing door die dermate grondig was, dat er geen spoor van het authentieke jaren-’20-interieur overbleef. De journalist Hofland moet hiervandaan ooit, toen hij het huis had bezocht om herinneringen aan zijn overleden schrijversvriend op te snuiven, zwaar ontgoocheld en vloekend zijn teruggereisd naar Amsterdam.

“Tja, andere tijden, andere mensen”, zegt mevrouw neutraal in de huiskamer, waarin de mode uit de vermaledijde schrootjestijd duidelijk te herkennen is. De zwartmarmeren schoorstenen zijn weggeslagen, de oude en-suite weggebroken, de gestuukte plafonds vervangen door grijze bouwplaten met nepbalken. Het waren tenslotte de opgewekte en frisse jaren zeventig, dus kwam er in het voormalige art deco interieur uit 1928 ook nog een enorme open haard met pizzeria-achtig metselwerk.

De heer des huizes is klaar met zijn ontbijt en komt naast me zitten, een tikje te dichtbij op de leuning van de bank. Hij is structureel in de war en praat over alles wat hem zo te binnen schiet. „Mijn man heeft graag aandacht”, zegt zijn vrouw goedmoedig. Het kabinet, oorlog, het Holleeder-proces, alles wat hij die ochtend op de radio heeft gehoord husselt de oude dokter inventief in één verhaal dooreen. Als ik voorzichtig de naam Willem Frederik Hermans noem, zegt hij korzelig: Dat was een psychopaat, die man had gewoon een persoonlijkheidsstoornis, dat weet u toch wel?” De beroemde schrijver verstoort vandaag hinderlijk zijn behoefte aan ongedeelde aandacht van de bezoekster.

Ondertussen gluur ik de oude tuin in en hunker naar een relikwie. Het tuinhek desnoods? Al kon ik maar een deurknop omvatten waar Zijn hand omheen gelegen heeft, maar zelfs die is vervangen door een modern geelkoperen exemplaar. De dokter brengt zijn hoofd dicht bij het mijne: „Maar u schrijft? Dan heb ik hier iets wat écht interessant is.” Hij haalt uit zijn binnenzak een verkreukeld kartonnetje dat een kijkdoosje blijkt te zijn. Ik moet erdoorheen gluren en zie een driedimensionale operatiefoto van een soldaat in een operatietent. Hij heeft geen ogen meer. „Schrijft u dáár maar eens over”, zegt hij indringend.

Het lukt hier maar niet om ietsje dichterbij de schrijver te komen, die hier resideerde voordat hij naar Parijs vluchtte. Hij werd uitgekotst door heel universitair Groningen en dat kwam nooit meer goed. Pas in 1993 wordt Hermans uitgenodigd voor een literaire manifestatie in het schuldbewuste Groningen. Hij antwoordt vilein dat hij best wil komen, maar enkele voorwaarden heeft: „U moet de professoren Tamsma en De Koning op de Grote Markt halfnaakt aan staken binden, langzaam half dood martelen, en vervolgens lichtelijk roosteren boven een kittig houtvuurtje en ten slotte ophangen aan de Martinitoren. Voor minder kom ik niet.”

In dit huis is alles verwoest wat met de auteur te maken had. Er is voor de bezoeker niets meer te dromen. De dokter gaat weer naast me zitten op de bank. Hij begint over typmachines. „Wist je dat Vestdijk zo zuinig was dat hij liever met een potloodje alle e’tjes van zijn kapotte typemachine bijwerkte, dan dat hij een nieuwe machine kocht?” Ook Vestdijk heb ik lief, maar ik wil nu alleen zien waar Willem Frederik in dit huis zijn negentig schrijfmachines tentoonstelde en waar hij de tentamens fysische geografie van de trap wierp. De papieren die op de hoogste treden bleven liggen, kregen de beste cijfers.

Het dringt niet meer tot de dokter door. Hij pakt opnieuw zijn kijkdoosje. „Als ik maar een journalist vind die dit op wil schrijven”, zo zegt hij bezorgd. „Weet u het nummer van Hofland soms?” Op de oprit van De Lindenhof zwaait hij me hartelijk na. Hermans is echt verdwenen uit Haren.

N.B.

Bij het verhaal in Trouw staat een foto van de schrijfster voor het huis en twee foto’s van het interieur.

Advertisements

About klaasamulder

kunst & cultuur
This entry was posted in klaasamulderVK-2007-06 and tagged , , , , , , , , , , , , , . Bookmark the permalink.

7 Responses to Hoe Hermans verdween uit Haren

  1. Maria-Dolores says:

    mooie bijdrage, bedankt… ook de eerste keer dat ik de website van Trouw bekeken heb; wist niet eens dat je daar als niet-abonnee zomaar in kunt.

  2. edu says:

    Een prachtige bijdrage. Mooi persoonlijk ook.

  3. Frans says:

    Klaas: Beter laat dan nooit.
    Wat een prachtige beschrijving!
    Ik ben een groot bewonderaar van het werk van Hermans.
    Met de persoon in kwestie heb ik wat meer moeite.
    Maar toch!
    Leuk dat ik er op deze manier nog achter kom.
    By the way: ik ben, m’n leven lang westerling, geboren in deze provincie.
    Stadskanaal.

  4. fred van der wal says:

    geweldige bijdrage!

  5. klaas @ says:

    Gisteren op de Boekenmarkt in Deventer een boekje over Hermans in Groningen gekocht, zie vandaag mijn blog.

  6. Pingback: City of Talent | klaasamulder

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s